Unie(k)
De eerste keer was in december 2010, met een halve meter sneeuw voor de voeten van Jan van Nassau op het Domplein: een bijeenkomst in de Aula van het Academiegebouw te Utrecht, waar eerdergenoemde graaf in 1579 de Unie van Utrecht sloot, die de grondslag heeft gevormd van onze latere Staat der Nederlanden. Hoe ik dit weet? Omdat ik sinds die eerste keer, toen ik mijn eigen masterdiploma in ontvangst nam, het genoegen heb gehad vele sessies in diezelfde hal voor te mogen zitten. De tekst die volgens de overlevering dan verteld wordt, luidt: “Hier vergaderden de kanunniken van het Utrechtse Domkapittel over allerlei kerkelijke en wereldlijke zaken.” Ik vind dat altijd een fantastische zin om uit te spreken.
Maar hoewel het soms nog steeds als een ‘kerk’ voelt, zeker wanneer er een processie hoogleraren in toga voorbijtrekt bij een oratie, zijn het de wereldlijke zaken die de boventoon voeren, nu het vooral voor academische plechtigheden gebruikt wordt. Vandaag stond ik weer in die prachtige hal voor het jaarlijkse Onderwijsfestival van de Universiteit Utrecht, toen na de dagopening door de Rector Magnificus plots verschillende dames en heren al neuriënd vanuit het publiek naar voren kwamen en een lied aanhieven over je niet laten overmannen door duisternis in moeilijke tijden, maar steun ontvangen door sterke schouders, en thuiskomen. De woorden van hoop universeel, maar de muren tussen kerkelijk en wereldlijk al behoorlijk fluïde.
Dit gevoel werd nog versterkt toen we door de dirigent gevraagd werden collectief mee te zingen met het refrein van het volgende nummer: “Better is one day in Your courts, than a thousand elsewhere,” waarna ik me maar geheel overgaf aan het levende water dat ik toch al door al mijn vezels voelde stromen. In de trein op weg naar Utrecht had ik eerder die ochtend nog gelezen uit T.F. Torrance, nog zo’n bruggenbouwer, die schreef (1987, p. 20-21): “Faith arises in us under the creative impact of the self-witness and self-interpretation of God in his Word, and in response to the claims of his divine reality upon us which we cannot reasonably or in good conscience resist.” Een universele en ontspannende uitnodiging tot deelname, zoals de academische gemeenschap daar aanwezig in de Aula ook uitgenodigd werd iets mee te beleven wat voorbijgaat aan intellect.
In alle kwetsbaarheid mens mogen zijn, op een dag waarop we verder vooral spraken over hoe ontwikkelingen in AI juist het met elkaar leren en beleven lijken te ondermijnen. Een collega schetste later ten aanzien van het mini-concert dat waarschijnlijk een deel van de mensen erin mee kon gaan, terwijl bij een ander deel de nekharen rechtovereind zouden staan. Wat een geschenk dat ik in zestien jaar na die ingesneeuwde diplomering de oversteek tussen die twee groepen heb mogen maken. Thuiskomen in de Aula van het Academiegebouw, dat ik dat nog eens mocht meemaken.