Wie langs de kerken reist, reist meestal ook door de bijbel. We lazen thuis na het eten vaak uit de bijbel. Dat leverde altijd wel een paar vragen op waar meestal moeder op antwoordde. Hoe je er ook over dacht, de bijbel was het woord van God was de stellige overtuiging. Na mijn bewuste keuze voor Jezus, (eigenlijk was mijn bekering meer een herbevestiging maar daar een andere keer meer over) kwam er een nieuwe dimensie bij. Nu kon het gebeuren dat ik een alinea las die ik al twintig keer gelezen had en dat die tekst plotseling naar mij toe kwam en een heel nieuw inzicht gaf, een heel actueel inzicht, waar ik kennelijk al die tijd overheen gelezen had. Plotseling lees je niet meer een willekeurige passage maar wordt je persoonlijk aangesproken, je adem vertraagd, de tijd bevriest, je komt los van je omgeving en er is een ontmoeting in het woord en in je geest. De tekst die tweeduizend jaar geleden is opgeschreven gaat opeens over een gebeurtenis van vanmorgen, je bent geraakt, de tijd staat even stil en je leeft verder met nieuwe kracht.

Toen ik de bijbel verder ging bestuderen, kwam ik tegenstrijdigheden tegen en op zeker moment ontkom je niet aan de grote tegenstrijdigheid tussen God in het oude testament en God in het nieuwe testament. Een thema waar de eerste kerkvaders al het hoofd over bogen. De God in het oude testament, een grillige, snel beledigde, afstandelijke vaderfiguur die weliswaar barmhartig is en liefdevol maar die ook ook jaloers is en die een klein volkje in het midden oosten uitkiest voor zijn aandacht en de rest van de wereld aan zijn lot over laat. Dat was althans de eerste indruk, vanuit menselijk oogpunt.

Dan komt Jezus die zegt “niemand kent de vader” en “wie mij ziet heeft de vader gezien”. Met andere woorden, jullie hebben het niet goed gezien, ik laat zien hoe God echt is. Een hele opluchting, je kunt je bij twijfel op Jezus richten. Maar ook Jezus doet in de evangeliën regelmatig uitspraken die toch weer aan die God van het oude testament doen denken. Hoe zit het nu?

Dan komt de uitleg van de verbonden, we komen een hele stap verder. Het nieuwe verbond begint pas echt bij het sterven van Jezus. Veel van wat Jezus zegt staat in het licht van het oude verbond tussen God en het joodse volk. Het oude verbond geeft een geheel andere relatie met God dan het nieuwe verbond op basis van het werk van Jezus. Vroeger was er voor Israel beloning of veroordeling op basis van eigen daden. Nu is de veroordeling en de beloning al uitgedeeld aan Jezus en wij ontvangen van de beloning. Er is geen veroordeling meer als je in hem gelooft. Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar dat is juist de blijde boodschap. Jezus offer en zijn verbond met God namens jou. God houdt zich aan het verbond dus alles klopt weer, heel kort samengevat.

Maar….toch zijn er nog open eindjes. Er zijn ook in het nieuwe verbond teksten te vinden die dit tegenspreken. Nu zijn de meeste van die teksten in hun context wel weer geruststellend te verklaren, de bekende genade predikers doen er dagelijks hun uiterste best voor, maar niet alle teksten zijn bij eerlijke, nuchtere beschouwing zo makkelijk uit te leggen. Gelukkig, de rode draad, de positieve grote lijn van het evangelie veranderd er niet door.

Ik zal één hobbel noemen waar ik nog steeds niet helemaal overheen ben. In Openbaring 2 en 3 zegt Jezus wat er goed en fout is in zeven gemeenten. Dit is net voordat “the Lord of the Rings” losbarst in de volgende hoofdstukken. De scherpte van zijn woorden en de dreigementen zijn verbazend. Als er zaken zwaar scheef gaan in de kerk kan Jezus hard ingrijpen met ziekte en dood (Openbaring 2 v. 23) en zo meer ingrepen die duidelijk maken dat de kerk ook makkelijk van koers raakt en dat dit gevolgen heeft. Dit is niet de chill-out, -alles komt goed-Jezus, maar hier is een legeraanvoerder aan het woord die krachtig leiding geeft met verregaande consequenties voor de betrokkenen.

Hebben we het strijd-aspect van de kerk vergeten of is het een kwestie van geestelijk volwassen worden met de verantwoordelijkheid die daar bij hoort? Dan maakt de valsheid van het kwaad het noodzakelijk om op te staan uit een soort dromerige hulpeloosheid en keuzes te maken passen bij onze status. Dan is de realiteit dus soms grimmiger dan vaak voorgesteld. De kerken lijken nogal kwetsbaar in Openbaring 2 en 3. Je kunt het ook zo bekijken: Jezus zet alles in om de veiligheid, ontwikkeling en richting van de kerk te verzekeren. Hij is zowel de goede herder die niet harder loopt dan de langzaamste schapen, maar ook de doortastende herder die het kwaad bestrijd hoe het zich ook aandient. Is het kennen van deze realiteit een bewuste drempel in het begin van Openbaring om pas daarna de visioenen in te gaan?

Goed om één ding zeker te weten, hoe je de bijbel ook leest, hoe je zelf ook steeds weer kunt uitglijden, niets kan jou scheiden van Gods liefde (Rom.8 v. 38-39), dat moet wel gezegd worden bij Openbaring 2 en 3. En ook wel fijn dat de bijbel geen ABC’tje is maar dat er altijd weer ontdekkingen zijn.